Een greep uit de Nederlandse activiteiten ter ondersteuning van bio ...
Communicatiekalender van de Task Force campagne
Actiemaand 2007: week 16 t/m 21
De campagne 'Proef de aandacht' krijgt een vervolg in week 16. Tot en met 26 mei roepen de vier bekende koks (Cas Spijkers, Eric van Veluwen, Caspar Bürgi en Ben van Beurten) de consument weer op drie (verschillende) biologische producten in huis te halen. De actie wordt gecommuniceerd via radiocommercials, via bedrukkingen van melkpakken, via actiestickers op veel versproducten, via schapkaarten en bladen van retailers. Op www.biologischconvenant.nl is vanaf 26 maart het campagnemateriaal te downloaden. De te winnen prijs is deze keer geen diner thuis, maar zes maal een bijzonder avond voor 8 personen in een bijzonder evenement: het reizend biologische restaurant De Aandacht. Meer op de website www.biologischconvenant.nl
maart 2007: Cateringactie van start
Om de verkoop van biologische producten in bedrijfskantines te ondersteunen is met Veneca een campagne opgezet waarbij consumenten een diner voor twee kunnen winnen. Kijk op www.proefdeaandacht.nl voor meer informatie.
3 april: Bio Monitor 2006
Op 3 april wordt in Restaurant De Kas de Bio-Monitor (voorheen EKO-monitor) 2006 tijdens een perslunch gepresenteerd. De jaarlijkse barometer geeft de marktontwikkeling in cijfers en analyses.
4 april: Bio Congres
De dag na de perspresentatie van de Bio Monitor vindt op Landgoed Rhederoord het jaarlijkse Bio Congres plaats. Voor het programma: kijk op www.biologica.nl. Wilt u er nog bij zijn, haast u dan. Het evenement is zo goed als volgeboekt.
15/16 april: Organic Products Expo
In het weekend van 15 en 16 april wordt in Londen de Organic Products Expo gehouden. De Engelse biomarkt groeit als kool. Alle 10 plaatsen op het Nederlands paviljoen zijn dan ook vol.
Uit de markt:
- Bio-planet heeft de eerste bio-supermarkt in Zuid-Nederland geopend. In Eindhoven is een vestiging gestart met 5000 producten in het assortiment, van vers tot DKW.
- AH pakt stevig uit in haar biologische weken: 5 miljoen tassen voor 15% korting zijn verspreid, Allerhande biedt volop aandacht, en in de winkel en de media kan de actie niet gemist worden.
- Ecomel introduceert deze week haar nieuwe lijn zuivelverpakkingen voor Groene Koe. Een flinke trendbreuk, vooral gericht op de light user die niet primair voor het maatschappelijke pluspunt van bio gaat, maar zoekt naar lifestyle.
- La Place heeft het tweede nummer van haar nieuwe huismagazine Le Magazine uitgebracht. Mét veel aandacht voor biologisch, een afspiegeling van het beleid van La Place om het bio-aandeel waar mogelijk op te schalen.
- Er loopt een Spaaractie van Bio+ vers vlees in samenwerking met de Dierenbescherming.
- In de winkels van Coop vinden speciale presentaties plaats met flatscreen en koelmeubels. De winkels krijgen een instructie en aan het eind van de week is er een demo.
Verslag van enkele recente activiteiten:
Biofach weer indrukwekkend
Het Nederlandse paviljoen op de Biofach was vernieuwd en verplaatst naar een andere locatie. Er was naast veel belangstelling van bezoekers uit het buitenland (want daar gaat het natuurlijk om) en ook weer een stevige Nederlandse delegatie bestaande uit bedrijfsleven, bestuur en agrarische sector.
Zin de Beurs
Samen met zeven restaurants en een tiental producenten heeft de Task Force deelgenomen aan de nieuwe beurs voor babyboomers Zin. Hoewel de bezoekersaantallen van de beurs lager waren dan verwacht, heeft het culinair plein over belangstelling niet te klagen. Er zijn zo'n duizend prachtige amusemenu's uitgeserveerd en vele producten geproefd. De nieuwe koekjes van De Rit spanden de kroon: 15.000 stuks vonden moeiteloos hun weg naar de aangenaam verraste proevers. Met de RAI was afgesproken dat alle wijn op de beurs biologisch zou zijn.
Biobike
De aardappelverpakkers, verenigd in de NAO, hebben met steun van de Task Force een succesvolle actie achter de rug: win een biobike. Met de kaartjes in de verpakkingen was een opvallende fiets te winnen.
In Zeeland
In Goes vond de aftrap plaats van een project waarbij zorgcentra biologische maaltijden serveren. Het gaat om 500 tot 1000 maaltijden per dag. De koks zijn enthousiast en de bewoners niet minder. Na een maand wordt de proef geëvalueerd.
Bron : Communicatiekalender Task Force
Friday, March 30, 2007
Thursday, March 29, 2007
Wel of niet kiezen voor biobrandstof als bio tuinder ?
De ontwikkelingen op het gebied van biologische brandstoffen gaan razendsnel. Als biologisch tuinder ben je geneigd om te kiezen voor een biologische, hernieuwbare energiebron : goed voor het milieu, goed voor je imago als biologisch teler. Maar is dat wel het geval ? Vanuit de hoek van milieuactivisten is er alvast heel wat kritiek op de productiewijze van palmolie. Alternatieven zijn vaak nog niet op grote schaal beschikbaar.
Palmolieplantages steeds meer onder vuur
Milieubewegingen luiden al enkele jaren de alarmbel over de kaalslag die in het regenwoud aan de gang is voor de aanleg van palmolieplantages. "Het is een gigantisch probleem in Indonesië", zegt Bart Muys van de KU Leuven. "Bij de grote branden en de drooglegging van de venen komen enorme hoeveelheden broeikasgassen vrij". Indonesië is dan ook de op twee na grootse producent van broeikasgassen. Volgens het WWF groeide de oppervlakte van palmolieplantages er van 1,1 miljoen hectare in 1991 tot naar schatting 6 miljoen hectare in 2006.
Energieleveranciers die bezorgd zijn om hun imago, zoals RWE en Essent, hebben initiatieven met palmolie opgeschort. De Nederlandse staatssecretaris voor Milieu, Pieter van Geel, betwijfelde eind vorig jaar zelfs of zevenhonderd miljoen euro overheidssubsidie voor de bouw van palmoliecentrales wel goed besteed waren, onder meer omdat de centrales erg vervuilend bleken te zijn. Bedrijven die ermee doorgaan, zoals de Belgische palmolieproducent Sipef, beloven op hun websites dat ze alleen in duurzaam geproduceerde palmolie investeren. Maar een onafhankelijk controlesysteem voor de herkomst ervan is er nog niet.
Producenten, invoerders en verbruikers van palmolie hebben zich samen met beschermingsorganisaties en onderzoeksinstellingen verenigd in de Round Table of Sustainable Palm Oil (RSPO) om samen een systeem van zelfcontrole op te stellen. Maar het certificatiesysteem met duurzaamheidscriteria en de bijhorende controlemechanismen zijn nog steeds niet operationeel. "Bovendien vertegenwoordigt de RSPO nog maar veertig procent van de wereldwijde productie", bemerkt Matthias Diemer van het WWF.
"De overheid moet dringend optreden om de import tegen te houden van biobrandstoffen die ten koste van het regenwoud geteeld zijn. Dat kan met een systeem waarbij bedrijven de herkomst van hun plantaardige olie moeten bewijzen", vindt Bart Muys. "Nu krijgen ze via groenestroomcertificaten subsidies voor zaken die meer uitstoot veroorzaken dan ze tegengaan". Dat vindt ook Thierry Van Craenenbroeck van de VREG. "Om de doelstellingen voor hernieuwbare energie te bereiken, wordt er veel biomassa ingevoerd. Vlaanderen moet zijn subsidieregels voor groene stroom verbinden aan de duurzame herkomst van grondstoffen".
Maar er komen voorlopig geen maatregelen tegen 'regenwoudpalmolie' binnen het kader van de groenestroomcertificaten, laat het kabinet van Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters weten. "We plannen wel een aanpassing om rekening te houden met de mate waarin bij de productie en het transport van bijvoorbeeld palmolie hernieuwbare energie werd gebruikt", verklaart de woordvoerder van de minister. "Maar om uit te maken of er regenwoud gesneuveld is of niet, vragen we een systeem op Europees niveau. Als elk land zijn eigen criteria gaat hanteren, krijgen we concurrentievervalsing".
Bron: Het Nieuwsblad
Jatropha als duurzaam alternatief voor palmolie ?
Nu de duurzaamheid van palmolie in vraag wordt gesteld, wint een alternatieve olieplant ondertussen terrein. Jatropha curcas is afkomstig uit Mexico en Centraal-Amerika. Het is een struikachtige boom met groene vruchten waarvan de zaden voor bijna een derde uit olie bestaan. Anders dan met palmolie is jatropha-olie niet geschikt voor menselijke consumptie omdat ze natuurlijke gifstoffen bevat.Het grote voordeel van jatropha is dat de plant groeit in droge streken en op arme bodems. Verlaten en verschraalde gronden kunnen voor de jatrophateelt opnieuw in gebruik worden genomen. Oliepalmen zijn beperkt tot de vochtige tropen. "Jatropha staat bovendien bekend als erosiebestrijder", zegt Bart Muys van de KU Leuven. "De sterke penwortel en de zijwortels houden grondverschuivingen en afstroming tegen". Volgens Muys biedt het gewas heel wat mogelijkheden voor ontwikkelingslanden. "Ze kunnen er oliestaten mee worden. Anders dan met cacao of koffie is de wereldprijs van brandstof relatief stabiel. Als een land als Tanzania geen buitenlandse grondstof meer hoeft aan te kopen, kan het zijn handelsbalans in positieve richting ombuigen en wordt het minder afhankelijk. Biobrandstoffen uit de tropen zijn een goede zaak, dat geldt ook voor palmolie, maar de teelt mag niet leiden tot de vernietiging van natuurlijke systemen". Stefaan De Keyser, die een palmolieplantage en biodieselbedrijf opstart in Tanzania, gelooft niet in de mooie beloften van jatropha. "De vruchten van jatropha hangen verspreid en niet in grote trossen, zoals bij palmolie. De oogst is daardoor arbeidsintensief. Het lukt misschien nog bij de allerarmste bevolking, maar zodra de werknemers meer dan een halve dollar per dag willen, is het niet meer haalbaar. Jatropha is een modeverschijnsel dat volgens mij snel weer zal verdwijnen".
Bron : Het Nieuwsblad
Palmolieplantages steeds meer onder vuur
Milieubewegingen luiden al enkele jaren de alarmbel over de kaalslag die in het regenwoud aan de gang is voor de aanleg van palmolieplantages. "Het is een gigantisch probleem in Indonesië", zegt Bart Muys van de KU Leuven. "Bij de grote branden en de drooglegging van de venen komen enorme hoeveelheden broeikasgassen vrij". Indonesië is dan ook de op twee na grootse producent van broeikasgassen. Volgens het WWF groeide de oppervlakte van palmolieplantages er van 1,1 miljoen hectare in 1991 tot naar schatting 6 miljoen hectare in 2006.
Energieleveranciers die bezorgd zijn om hun imago, zoals RWE en Essent, hebben initiatieven met palmolie opgeschort. De Nederlandse staatssecretaris voor Milieu, Pieter van Geel, betwijfelde eind vorig jaar zelfs of zevenhonderd miljoen euro overheidssubsidie voor de bouw van palmoliecentrales wel goed besteed waren, onder meer omdat de centrales erg vervuilend bleken te zijn. Bedrijven die ermee doorgaan, zoals de Belgische palmolieproducent Sipef, beloven op hun websites dat ze alleen in duurzaam geproduceerde palmolie investeren. Maar een onafhankelijk controlesysteem voor de herkomst ervan is er nog niet.
Producenten, invoerders en verbruikers van palmolie hebben zich samen met beschermingsorganisaties en onderzoeksinstellingen verenigd in de Round Table of Sustainable Palm Oil (RSPO) om samen een systeem van zelfcontrole op te stellen. Maar het certificatiesysteem met duurzaamheidscriteria en de bijhorende controlemechanismen zijn nog steeds niet operationeel. "Bovendien vertegenwoordigt de RSPO nog maar veertig procent van de wereldwijde productie", bemerkt Matthias Diemer van het WWF.
"De overheid moet dringend optreden om de import tegen te houden van biobrandstoffen die ten koste van het regenwoud geteeld zijn. Dat kan met een systeem waarbij bedrijven de herkomst van hun plantaardige olie moeten bewijzen", vindt Bart Muys. "Nu krijgen ze via groenestroomcertificaten subsidies voor zaken die meer uitstoot veroorzaken dan ze tegengaan". Dat vindt ook Thierry Van Craenenbroeck van de VREG. "Om de doelstellingen voor hernieuwbare energie te bereiken, wordt er veel biomassa ingevoerd. Vlaanderen moet zijn subsidieregels voor groene stroom verbinden aan de duurzame herkomst van grondstoffen".
Maar er komen voorlopig geen maatregelen tegen 'regenwoudpalmolie' binnen het kader van de groenestroomcertificaten, laat het kabinet van Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters weten. "We plannen wel een aanpassing om rekening te houden met de mate waarin bij de productie en het transport van bijvoorbeeld palmolie hernieuwbare energie werd gebruikt", verklaart de woordvoerder van de minister. "Maar om uit te maken of er regenwoud gesneuveld is of niet, vragen we een systeem op Europees niveau. Als elk land zijn eigen criteria gaat hanteren, krijgen we concurrentievervalsing".
Bron: Het Nieuwsblad
Jatropha als duurzaam alternatief voor palmolie ?
Nu de duurzaamheid van palmolie in vraag wordt gesteld, wint een alternatieve olieplant ondertussen terrein. Jatropha curcas is afkomstig uit Mexico en Centraal-Amerika. Het is een struikachtige boom met groene vruchten waarvan de zaden voor bijna een derde uit olie bestaan. Anders dan met palmolie is jatropha-olie niet geschikt voor menselijke consumptie omdat ze natuurlijke gifstoffen bevat.Het grote voordeel van jatropha is dat de plant groeit in droge streken en op arme bodems. Verlaten en verschraalde gronden kunnen voor de jatrophateelt opnieuw in gebruik worden genomen. Oliepalmen zijn beperkt tot de vochtige tropen. "Jatropha staat bovendien bekend als erosiebestrijder", zegt Bart Muys van de KU Leuven. "De sterke penwortel en de zijwortels houden grondverschuivingen en afstroming tegen". Volgens Muys biedt het gewas heel wat mogelijkheden voor ontwikkelingslanden. "Ze kunnen er oliestaten mee worden. Anders dan met cacao of koffie is de wereldprijs van brandstof relatief stabiel. Als een land als Tanzania geen buitenlandse grondstof meer hoeft aan te kopen, kan het zijn handelsbalans in positieve richting ombuigen en wordt het minder afhankelijk. Biobrandstoffen uit de tropen zijn een goede zaak, dat geldt ook voor palmolie, maar de teelt mag niet leiden tot de vernietiging van natuurlijke systemen". Stefaan De Keyser, die een palmolieplantage en biodieselbedrijf opstart in Tanzania, gelooft niet in de mooie beloften van jatropha. "De vruchten van jatropha hangen verspreid en niet in grote trossen, zoals bij palmolie. De oogst is daardoor arbeidsintensief. Het lukt misschien nog bij de allerarmste bevolking, maar zodra de werknemers meer dan een halve dollar per dag willen, is het niet meer haalbaar. Jatropha is een modeverschijnsel dat volgens mij snel weer zal verdwijnen".
Bron : Het Nieuwsblad
Wednesday, March 28, 2007
Bio boomt in Nederland in 2007
In Nederland wordt er in 2007 heel wat ondernomen om biologische producten aan de man te brengen. De concurrentie op de markt neemt toe. Alle spelers zoeken een eigen weg naar de consument. De gangbare groepen hebben vaak ook een eigen motivatie om op bio in te zetten (inzetten op premium segment, vervangen van productgroepen waar zich in het verleden residuproblemen stelden, ...).
In Vlaanderen is de toename van acitiviteiten minder duidelijk. Toch is er onderhuids wel één en ander merkbaar. Vooral de plannen van Delhaize houden menige teler en verwerker in spanning. Voorlopig blijft het echter nog afwachten ...
Nederlandse biologische sector gonst van de activiteiten
Producenten, retailers en speciaalzaken komen in 2007 met een record aantal innovaties en acties voor biologische producten.De afgelopen tien jaar is de biologische omzet continu gegroeid, ondanks prijzenoorlog en economische zwakte in 2003 - 2005. Biologisch is daarmee een serieuze trend, die door de ontwikkelingen in het buitenland bevestigd wordt. Inmiddels is al vijf procent van alle verkochte AGF (aardappelen, groenten en fruit) in Nederland van biologische kwaliteit. Ook bij andere productgroepen zit de omzetgroei er goed in. De cijfers over heel 2006 komen begin april beschikbaar.Bijna alle supermarktformules leveren hun klanten op dit moment een assortiment biologische producten. PLUS, die indrukwekkende groeicijfers laat zien, experimenteert met een shop-in-a-shop formule. Albert Heijn komt met nieuwe initiatieven zoals een groente- en fruitpakket en een krachtige actiecampagne met 15% korting op het assortiment, ondersteund door tv-commercials, proeverijen en veel redactionele aandacht in haar magazine Allerhande.Ook de discounters doen mee. In navolging op de Duitse moederbedrijven bieden Aldi en Lidl via verschillende marketingconcepten biologische producten aan, vooral AGF. De komst van Bio-planet naar Nederland zal dit proces verder versnellen. Bio-planet, van de grote prijsagressieve Belgische Colruytgroep, is nu de best gesorteerde bio-supermarkt van Nederland. Maar ook bestaande speciaalzaken vernieuwden zich (Natuurwinkel) of kregen concurrentie van nieuwe formules (Xummum, Biotoop, Estafette, Bio-Oase, EkoPlaza).In de cateringsector zijn onder andere de marktleiders Sodexho, Albron en Compass Group bijzonder actief. In 2007 worden samen met de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw acties, zoals proeverijen, uitgevoerd. Het recent ingezette overheidsbeleid om het aandeel biologisch in de catering bij rijksoverheden (100.000 maaltijden per dag) structureel naar 40% aandeel te brengen werkt stimulerend op de markt.De producenten zetten in op assortimentsverbreding en meerwaarde van biologisch voor de consument. BioPlus heeft een restyling doorgevoerd die inmiddels door diverse supermarktformules is omarmd. Ook de zuivelmerken Groene Koe en Veco hebben hun producten gerestyled. Uit de acties spreekt het inzicht dat de moderne bio-consument primair op smaak en kwaliteit kiest, waarvan het maatschappelijke aspect een onderdeel is, maar niet meer dan dat.Van midden april tot eind mei 2007 roepen vier topkoks via de radio op om drie verschillende biologische producten tegelijk te kopen, met een bijzondere prijs in het vooruitzicht: een diner voor acht personen in restaurant De Aandacht. Dit reizende restaurant met een 100% biologische keuken slaat tot aan de zomer zijn tenten op op markante plekken in Nederland, met de topkoks als gastheer en geestelijke vader van het verrassingsmenu dat wordt geserveerd.
Bron : www.foodholland.nl
In Vlaanderen is de toename van acitiviteiten minder duidelijk. Toch is er onderhuids wel één en ander merkbaar. Vooral de plannen van Delhaize houden menige teler en verwerker in spanning. Voorlopig blijft het echter nog afwachten ...
Nederlandse biologische sector gonst van de activiteiten
Producenten, retailers en speciaalzaken komen in 2007 met een record aantal innovaties en acties voor biologische producten.De afgelopen tien jaar is de biologische omzet continu gegroeid, ondanks prijzenoorlog en economische zwakte in 2003 - 2005. Biologisch is daarmee een serieuze trend, die door de ontwikkelingen in het buitenland bevestigd wordt. Inmiddels is al vijf procent van alle verkochte AGF (aardappelen, groenten en fruit) in Nederland van biologische kwaliteit. Ook bij andere productgroepen zit de omzetgroei er goed in. De cijfers over heel 2006 komen begin april beschikbaar.Bijna alle supermarktformules leveren hun klanten op dit moment een assortiment biologische producten. PLUS, die indrukwekkende groeicijfers laat zien, experimenteert met een shop-in-a-shop formule. Albert Heijn komt met nieuwe initiatieven zoals een groente- en fruitpakket en een krachtige actiecampagne met 15% korting op het assortiment, ondersteund door tv-commercials, proeverijen en veel redactionele aandacht in haar magazine Allerhande.Ook de discounters doen mee. In navolging op de Duitse moederbedrijven bieden Aldi en Lidl via verschillende marketingconcepten biologische producten aan, vooral AGF. De komst van Bio-planet naar Nederland zal dit proces verder versnellen. Bio-planet, van de grote prijsagressieve Belgische Colruytgroep, is nu de best gesorteerde bio-supermarkt van Nederland. Maar ook bestaande speciaalzaken vernieuwden zich (Natuurwinkel) of kregen concurrentie van nieuwe formules (Xummum, Biotoop, Estafette, Bio-Oase, EkoPlaza).In de cateringsector zijn onder andere de marktleiders Sodexho, Albron en Compass Group bijzonder actief. In 2007 worden samen met de Task Force Marktontwikkeling Biologische Landbouw acties, zoals proeverijen, uitgevoerd. Het recent ingezette overheidsbeleid om het aandeel biologisch in de catering bij rijksoverheden (100.000 maaltijden per dag) structureel naar 40% aandeel te brengen werkt stimulerend op de markt.De producenten zetten in op assortimentsverbreding en meerwaarde van biologisch voor de consument. BioPlus heeft een restyling doorgevoerd die inmiddels door diverse supermarktformules is omarmd. Ook de zuivelmerken Groene Koe en Veco hebben hun producten gerestyled. Uit de acties spreekt het inzicht dat de moderne bio-consument primair op smaak en kwaliteit kiest, waarvan het maatschappelijke aspect een onderdeel is, maar niet meer dan dat.Van midden april tot eind mei 2007 roepen vier topkoks via de radio op om drie verschillende biologische producten tegelijk te kopen, met een bijzondere prijs in het vooruitzicht: een diner voor acht personen in restaurant De Aandacht. Dit reizende restaurant met een 100% biologische keuken slaat tot aan de zomer zijn tenten op op markante plekken in Nederland, met de topkoks als gastheer en geestelijke vader van het verrassingsmenu dat wordt geserveerd.
Bron : www.foodholland.nl
Tuesday, March 27, 2007
Naure & More krijgt navolging
Nature & More heeft een lans gebroken voor transparantie in de (biologische) keten. Het systeem dat opgestart werd in de schoot van EOSTA - en ondertussen een eigen koers vaart - biedt consumenten de kans om via een codering op het aangekochte product en een website na te gaan waar het product vandaan komt en hoe het geproduceerd werd. Niet alleen krijgt de klant info over de teelttechnieken die de producent hanteert, maar ook over het sociale beleid van het bedrijf en de inspanningen die het bedrijf zich getroost naar het leefmilieu (CO2-uitstoot, inpassing van het bedrijf in het landschap, ...) wordt bericht. De "grote jongens" hebben ondertussen ook begrepen dat transparantie loont ...
Dole informeert consument over herkomst van biologische bananen
Dole Food Company heeft voor de vers-fruitafdeling in Latijns-Amerika, Dole Fresh Fruit International, een nieuwe website heeft gelanceerd. Daarmee worden consumenten op de hoogte gebracht van de activiteiten van het bedrijf op het gebied van biologische bananenteelt. Dole lanceert het systeem nadat is gebleken dat steeds meer consumenten specifieke informatie willen hebben over de plantages waar de biologische bananen van het bedrijf worden geteeld of waar ze worden gekocht van bananentelers.
De sleutel tot het systeem is het biologische bananenlabel dat een unieke plantagecode bevat die verwijst naar de specifieke plantage waar het product vandaan komt. Als consumenten de betreffende code invoeren op de website http://www.doleorganic.com/ krijgen zij toegang tot de webpagina van deze plantage. Op de website wordt informatie verstrekt over de kenmerken van de plantage, kunnen consumenten meer te weten komen over de teler, verslagen lezen over door Dole gefinancierde projecten binnen de gemeenschap en foto´s bekijken. Bovendien bevat de website een link naar een geavanceerde weergavetechnologie via satelliet die op internet te vinden is, zodat consumenten de plantage waar hun bananen vandaan komen en het omliggende gebied daadwerkelijk kunnen aanschouwen. Dole produceert biologisch geteelde bananen op eigen plantages en koopt bananen van onafhankelijke biologische telers in Honduras, Ecuador, de Dominicaanse Republiek, Colombia en Peru. Deze bananen zijn bestemd voor de Europese, Noord-Amerikaanse en Japanse markt. Ook teelt het bedrijf bananen op de Filipijnen die bestemd zijn voor de Aziatische markt. Alle biologische bananen van Dole zijn gecertificeerd en voldoen aan de normen voor biologische productie zoals bepaald door de wet in de VS, EU of Japan.
Bron : www.agf.nl
Dole informeert consument over herkomst van biologische bananen
Dole Food Company heeft voor de vers-fruitafdeling in Latijns-Amerika, Dole Fresh Fruit International, een nieuwe website heeft gelanceerd. Daarmee worden consumenten op de hoogte gebracht van de activiteiten van het bedrijf op het gebied van biologische bananenteelt. Dole lanceert het systeem nadat is gebleken dat steeds meer consumenten specifieke informatie willen hebben over de plantages waar de biologische bananen van het bedrijf worden geteeld of waar ze worden gekocht van bananentelers.
De sleutel tot het systeem is het biologische bananenlabel dat een unieke plantagecode bevat die verwijst naar de specifieke plantage waar het product vandaan komt. Als consumenten de betreffende code invoeren op de website http://www.doleorganic.com/ krijgen zij toegang tot de webpagina van deze plantage. Op de website wordt informatie verstrekt over de kenmerken van de plantage, kunnen consumenten meer te weten komen over de teler, verslagen lezen over door Dole gefinancierde projecten binnen de gemeenschap en foto´s bekijken. Bovendien bevat de website een link naar een geavanceerde weergavetechnologie via satelliet die op internet te vinden is, zodat consumenten de plantage waar hun bananen vandaan komen en het omliggende gebied daadwerkelijk kunnen aanschouwen. Dole produceert biologisch geteelde bananen op eigen plantages en koopt bananen van onafhankelijke biologische telers in Honduras, Ecuador, de Dominicaanse Republiek, Colombia en Peru. Deze bananen zijn bestemd voor de Europese, Noord-Amerikaanse en Japanse markt. Ook teelt het bedrijf bananen op de Filipijnen die bestemd zijn voor de Aziatische markt. Alle biologische bananen van Dole zijn gecertificeerd en voldoen aan de normen voor biologische productie zoals bepaald door de wet in de VS, EU of Japan.
Bron : www.agf.nl
Monday, March 26, 2007
CO2-efficiëntie wordt steeds belangrijker !
Als gangbare telers zich beginnen te profileren op de CO2-efficiëntie van hun product kunnen biologische tuinders best minstens een even goed resultaat voorleggen, zo niet komt het imago van duurzaamheid onder druk.
Glasgroentesector ziet kansen bij invoering van CO2-labels op product
De invoering van een label dat een indicatie geeft voor CO2 uitstoot die met de productie en verwerking gemoeid is, zal geen bedreiging vormen voor de Nederlandse glasgroenteteelt. Daarvan zijn verschillende vertegenwoordigers uit de sector overtuigd. Met name in het Verenigd Koninkrijk wordt er nagedacht over mogelijkheden om inzichtelijk te maken in hoeverre producten gunstig of ongunstig scoren ten aanzien van hun bijdrage in de CO2-emissie.
Volgens directeur Erik Helderman van telersvereniging Action Pearl Growers kan een vergelijking van het Nederlandse product met dat uit het buitenland gunstig uitpakken. Nederlandse telers werken veelvuldig met wkk's en produceren daarmee elektriciteit. Bovendien verwerkt een aantal telers CO2 uit de industrie bij productie van groenten in de kassen. Die aspecten zullen voor een gunstige score zorgen in het geval er een label wordt ingevoerd.
Bron : www.agriholland.nl
Glasgroentesector ziet kansen bij invoering van CO2-labels op product
De invoering van een label dat een indicatie geeft voor CO2 uitstoot die met de productie en verwerking gemoeid is, zal geen bedreiging vormen voor de Nederlandse glasgroenteteelt. Daarvan zijn verschillende vertegenwoordigers uit de sector overtuigd. Met name in het Verenigd Koninkrijk wordt er nagedacht over mogelijkheden om inzichtelijk te maken in hoeverre producten gunstig of ongunstig scoren ten aanzien van hun bijdrage in de CO2-emissie.
Volgens directeur Erik Helderman van telersvereniging Action Pearl Growers kan een vergelijking van het Nederlandse product met dat uit het buitenland gunstig uitpakken. Nederlandse telers werken veelvuldig met wkk's en produceren daarmee elektriciteit. Bovendien verwerkt een aantal telers CO2 uit de industrie bij productie van groenten in de kassen. Die aspecten zullen voor een gunstige score zorgen in het geval er een label wordt ingevoerd.
Bron : www.agriholland.nl
Friday, March 23, 2007
Informatiebladen van 13 verschillende bodemplagen
In de afgelopen periode zijn informatiebladen van 13 verschillende bodemplagen ontwikkeld. De informatiebladen zijn gezamenlijk ontwikkeld door Wageningen UR Glastuinbouw, DLV Plant, Horti-Consult en LTO Groeiservice. De informatiebladen zijn tot stand gekomen door financiering van het Productschap Tuinbouw.
De informatiebladen zijn ontwikkeld naar aanleiding van een enquête die in 2005 is uitgevoerd onder telers van grondgebonden groentegewassen. Veel bedrijven hebben daarin aangegeven dat verschillende soorten bodemplagen een redelijk groot probleem vormen. De enquête maakte tevens duidelijk dat meer informatie over het herkennen, de biologie, voorkomen en bestrijden van deze plagen wenselijk was.
In de informatiebladen wordt basiskennis gegeven over herkenning, levenswijze, waardplanten, schadebeelden en bestrijding. Van de volgende 13 bodemplagen zijn informatiebladen samengesteld: emelten, aardrupsen, aardvlooien, pissebedden, wortelduizendpoot, wortelknobbelaaltjes, miljoenpoten, springstaarten, ritnaalden, wortelluis, koolvlieg, varenrouwmug, veenmol.
De informatiebladen zijn door het Productschap Tuinbouw verstuurd aan telers van kleine gewassen. Wie geïnteresseerd is, kan contact opnemen met Ingrid Kuiper. Mogelijks stelt PT de informatie enkel ter beschikking van zijn leden.
Meer informatie:
i.kuiper@groeiservice.nl
Tel. + 31 (0)70 307 50 25
Bron : www.biokennis.nl
De informatiebladen zijn ontwikkeld naar aanleiding van een enquête die in 2005 is uitgevoerd onder telers van grondgebonden groentegewassen. Veel bedrijven hebben daarin aangegeven dat verschillende soorten bodemplagen een redelijk groot probleem vormen. De enquête maakte tevens duidelijk dat meer informatie over het herkennen, de biologie, voorkomen en bestrijden van deze plagen wenselijk was.
In de informatiebladen wordt basiskennis gegeven over herkenning, levenswijze, waardplanten, schadebeelden en bestrijding. Van de volgende 13 bodemplagen zijn informatiebladen samengesteld: emelten, aardrupsen, aardvlooien, pissebedden, wortelduizendpoot, wortelknobbelaaltjes, miljoenpoten, springstaarten, ritnaalden, wortelluis, koolvlieg, varenrouwmug, veenmol.
De informatiebladen zijn door het Productschap Tuinbouw verstuurd aan telers van kleine gewassen. Wie geïnteresseerd is, kan contact opnemen met Ingrid Kuiper. Mogelijks stelt PT de informatie enkel ter beschikking van zijn leden.
Meer informatie:
i.kuiper@groeiservice.nl
Tel. + 31 (0)70 307 50 25
Bron : www.biokennis.nl
Thursday, March 22, 2007
Steeds meer biologische agf in Europa
De drijvende kracht achter de toenemende verkoop van biologische agf in Europa is de grote vraag. Tussen 2001 en 2004 is de biologische sector met 27% gegroeid. In 2004 was de totale marktwaarde van biologische producten € 21 mld. Het aandeel van biologische agf werd geschat op € 5,3 mld. Het Verenigd Koninkrijk en Duitsland produceerden in 2004 samen meer dan de helft van de totale biologische agf productie in Europa. Vooraanstaande retailers, supermarkten en discount ketens die steeds meer biologische producten aanboden hebben een grote bijdrage geleverd aan de verkoop in deze twee landen. Naar verwachting zullen de verkoopcijfers de komende jaren blijven stijgen.
Bron : www.agf.nl
Bron : www.agf.nl
Wednesday, March 21, 2007
Handel in emissierechten ei van Columbus ?
Hieronder lees je over nog maar eens een staaltje van creatief ondernemerschap van EOSTA. Je moet ze het wel nageven ...
EOSTA stapt in handel in emissierechten
Eosta, Europa’s grootste handelsonderneming in biologische groenten en tropisch fruit, gaat in de handel van emissierechten. ’Dit is revolutionair!’
Vrijwel alle grote supermarkten in Europa zijn klant. „Van Helsinki tot Napels: we leveren direct aan alle supermarkten en winkeliers”, zegt directeur Volkert Engelsman. De handelsonderneming in Waddinxveen is echter veel meer dan een leverancier van eco-fruit. Het bedrijf adviseert telers die willen omschakelen naar biologisch en financiert duurzame projecten.
Dat laatste gold bijvoorbeeld voor het compostproject van Eosta-dochter Soil & More, opgericht om telers een alternatief te bieden voor kunstmest. Want waar decennialang kunstmestgebruik toe leidt, is gebleken in de delta van de Sunday-rivier in Zuid-Afrika. Daar komt 40 procent van ’s lands citrusvruchten vandaan. „Kunstmest spoelt vooral uit en zorgde dus voor woeker van riet en eucalyptusplanten, met als gevolg het dichtslibben van de rivier en een groeiend gebrek aan drink- en irrigatiewater”, zegt Engelsman. De Wereldbank liet alle riet en eucalyptus kappen, Soil & More wilde dat graag hebben.
„We zijn er compost van gaan maken: een gigantische hoeveelheid, dertien hectare groot.” Daarmee ontstond in een klap een nieuwe markt. „De biotelers kenden humuscompost natuurlijk al lang, maar de gangbare telers, die tot dan toe vooral kunstmest op hun land brachten, hadden opeens een alternatief dat de bodem wél verbeterde, de waterhuishouding en het immuunsysteem van de planten versterkte.”
Soil & More is ook actief in Mexico en Egypte. Engelsman: „Maar we hebben ook aanvragen uit China, India, Argentinië, Brazilië en Peru. Overal waar sprake is van gangbare landbouw, verschraalt immers de grond.” Dit compostproject, hoe belangrijk ook, is echter slechts een opmaat voor het grote werk, zegt Engelsman. Want wat is het meest urgente probleem van de moderne samenleving? Precies, de klimaatverandering, veroorzaakt door broeikasgassen.
Om die uitstoot te beperken is wereldwijd afgesproken een systeem van emissierechten in te voeren. Wie wil vervuilen, moet over rechten beschikken. Wie meer vervuilt dan afgesproken moet emissierechten bijkopen, van landen of bedrijven die ze overhebben. „Het is te verwachten dat de prijs van die rechten fors zal stijgen”, voorspelt Engelsman.
De Eosta-baas – het gaat erom duurzaamheidsidealen te koppelen aan economisch realisme – rook zijn kans en ontwikkelde een gecertificeerd systeem om de compostproductie in aanmerking te laten komen voor emissierechten. Centrale gedachte is dat met compost de uitstoot van broeikasgassen wordt voorkomen. Immers, bij compostering wordt plantaardig materiaal niet verbrand, wat CO2-uitstoot oplevert. En belandt ook niet op een afvalhoop, wat methaangas zou opleveren. Engelsman: „Met de compost voorkomen we verder het gebruik van kunstmest. Kunstmest is een bron van lachgas, een gas dat vele malen agressiever is dan CO2. En tenslotte blijkt dat, dankzij de bodemverbetering door compost, CO2 beter aan de grond wordt gebonden.”
Om te berekenen hoeveel ton broeikasgas is voorkomen en welke emissierechten daar tegenover staan, is een model ontwikkeld dat nu wordt beoordeeld door een VN-comité van klimaatdeskundigen (het FCCC Methodology Panel).
Engelsman is vol vertrouwen dat zijn systeem voldoet aan de spelregels van het Kyoto-protocol. „In mei hebben we de eerste goedkeuring binnen”, klinkt het vol vertrouwen. Soil & More (lees: Eosta) kan dan bij de Kyoto-autoriteit in Zuid-Afrika aankloppen voor verhandelbare emissierechten. „Dat is dan uniek voor de biologische landbouw, hoewel in de sector veel wordt gepraat over emissierechten.”
In 1997 werd op de VN-klimaattop in het Japanse Kyoto afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De vrije handel in emissierechten is daarbij een instrument. Wie wil vervuilen, moet beschikken over rechten daartoe, zo hebben de deelnemende landen afgesproken. De rechten worden volgens internationale spelregels verdeeld en zijn verhandelbaar. Landen of bedrijven die veel vervuilen en rechten tekort komen, veelal de industrielanden, kunnen een boete voorkomen door rechten bij te kopen. Dat kan van een ander bedrijf zijn, in dit geval Eosta’s dochter Soil & More, of van een land dat rechten over heeft. Een hoge prijs voor emissierechten maakt milieu-investeringen aantrekkelijk.
Emissierechten ook kans voor biologische teler
Eosta denkt emissierechten te kunnen claimen. Maar, onderstreept Eosta-baas Engelsman, ook biologische telers kunnen zo een aardige bijverdienste krijgen. „Het aanvragen van emissierechten staat iedereen vrij”, zegt Engelsman. Hoewel hij direct erkent dat dit voor een individuele boer ingewikkeld en kostbaar is. „Maar als telers zich verenigen, bijvoorbeeld een coöperatie, is het haalbaar. Zo krijgen boeren, naast hun oogstinkomsten, een aardige bijverdienste.” Eosta werd in 1990 opgericht. Triodos Bank heeft tegenwoordig een meerderheidsaandelenpakket in Eosta, de huidige directie bezit de rest. Op het Eosta-hoofdkantoor in Waddinxveen werken 70 mensen en nog eens 70 op de verpakkingsafdeling.
Bron : www.agf.nl
EOSTA stapt in handel in emissierechten
Eosta, Europa’s grootste handelsonderneming in biologische groenten en tropisch fruit, gaat in de handel van emissierechten. ’Dit is revolutionair!’
Vrijwel alle grote supermarkten in Europa zijn klant. „Van Helsinki tot Napels: we leveren direct aan alle supermarkten en winkeliers”, zegt directeur Volkert Engelsman. De handelsonderneming in Waddinxveen is echter veel meer dan een leverancier van eco-fruit. Het bedrijf adviseert telers die willen omschakelen naar biologisch en financiert duurzame projecten.
Dat laatste gold bijvoorbeeld voor het compostproject van Eosta-dochter Soil & More, opgericht om telers een alternatief te bieden voor kunstmest. Want waar decennialang kunstmestgebruik toe leidt, is gebleken in de delta van de Sunday-rivier in Zuid-Afrika. Daar komt 40 procent van ’s lands citrusvruchten vandaan. „Kunstmest spoelt vooral uit en zorgde dus voor woeker van riet en eucalyptusplanten, met als gevolg het dichtslibben van de rivier en een groeiend gebrek aan drink- en irrigatiewater”, zegt Engelsman. De Wereldbank liet alle riet en eucalyptus kappen, Soil & More wilde dat graag hebben.
„We zijn er compost van gaan maken: een gigantische hoeveelheid, dertien hectare groot.” Daarmee ontstond in een klap een nieuwe markt. „De biotelers kenden humuscompost natuurlijk al lang, maar de gangbare telers, die tot dan toe vooral kunstmest op hun land brachten, hadden opeens een alternatief dat de bodem wél verbeterde, de waterhuishouding en het immuunsysteem van de planten versterkte.”
Soil & More is ook actief in Mexico en Egypte. Engelsman: „Maar we hebben ook aanvragen uit China, India, Argentinië, Brazilië en Peru. Overal waar sprake is van gangbare landbouw, verschraalt immers de grond.” Dit compostproject, hoe belangrijk ook, is echter slechts een opmaat voor het grote werk, zegt Engelsman. Want wat is het meest urgente probleem van de moderne samenleving? Precies, de klimaatverandering, veroorzaakt door broeikasgassen.
Om die uitstoot te beperken is wereldwijd afgesproken een systeem van emissierechten in te voeren. Wie wil vervuilen, moet over rechten beschikken. Wie meer vervuilt dan afgesproken moet emissierechten bijkopen, van landen of bedrijven die ze overhebben. „Het is te verwachten dat de prijs van die rechten fors zal stijgen”, voorspelt Engelsman.
De Eosta-baas – het gaat erom duurzaamheidsidealen te koppelen aan economisch realisme – rook zijn kans en ontwikkelde een gecertificeerd systeem om de compostproductie in aanmerking te laten komen voor emissierechten. Centrale gedachte is dat met compost de uitstoot van broeikasgassen wordt voorkomen. Immers, bij compostering wordt plantaardig materiaal niet verbrand, wat CO2-uitstoot oplevert. En belandt ook niet op een afvalhoop, wat methaangas zou opleveren. Engelsman: „Met de compost voorkomen we verder het gebruik van kunstmest. Kunstmest is een bron van lachgas, een gas dat vele malen agressiever is dan CO2. En tenslotte blijkt dat, dankzij de bodemverbetering door compost, CO2 beter aan de grond wordt gebonden.”
Om te berekenen hoeveel ton broeikasgas is voorkomen en welke emissierechten daar tegenover staan, is een model ontwikkeld dat nu wordt beoordeeld door een VN-comité van klimaatdeskundigen (het FCCC Methodology Panel).
Engelsman is vol vertrouwen dat zijn systeem voldoet aan de spelregels van het Kyoto-protocol. „In mei hebben we de eerste goedkeuring binnen”, klinkt het vol vertrouwen. Soil & More (lees: Eosta) kan dan bij de Kyoto-autoriteit in Zuid-Afrika aankloppen voor verhandelbare emissierechten. „Dat is dan uniek voor de biologische landbouw, hoewel in de sector veel wordt gepraat over emissierechten.”
In 1997 werd op de VN-klimaattop in het Japanse Kyoto afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. De vrije handel in emissierechten is daarbij een instrument. Wie wil vervuilen, moet beschikken over rechten daartoe, zo hebben de deelnemende landen afgesproken. De rechten worden volgens internationale spelregels verdeeld en zijn verhandelbaar. Landen of bedrijven die veel vervuilen en rechten tekort komen, veelal de industrielanden, kunnen een boete voorkomen door rechten bij te kopen. Dat kan van een ander bedrijf zijn, in dit geval Eosta’s dochter Soil & More, of van een land dat rechten over heeft. Een hoge prijs voor emissierechten maakt milieu-investeringen aantrekkelijk.
Emissierechten ook kans voor biologische teler
Eosta denkt emissierechten te kunnen claimen. Maar, onderstreept Eosta-baas Engelsman, ook biologische telers kunnen zo een aardige bijverdienste krijgen. „Het aanvragen van emissierechten staat iedereen vrij”, zegt Engelsman. Hoewel hij direct erkent dat dit voor een individuele boer ingewikkeld en kostbaar is. „Maar als telers zich verenigen, bijvoorbeeld een coöperatie, is het haalbaar. Zo krijgen boeren, naast hun oogstinkomsten, een aardige bijverdienste.” Eosta werd in 1990 opgericht. Triodos Bank heeft tegenwoordig een meerderheidsaandelenpakket in Eosta, de huidige directie bezit de rest. Op het Eosta-hoofdkantoor in Waddinxveen werken 70 mensen en nog eens 70 op de verpakkingsafdeling.
Bron : www.agf.nl
Tuesday, March 20, 2007
De biologische kringloopkas van de toekomst
De glastuinbouw is een krachtige sector, die momenteel enorm in ontwikkeling is om zijn sterke (internationale) handelspositie te behouden. De biologische landbouw heeft natuurlijkheid en duurzaamheid als belangrijk kenmerk, maar de glastuinbouw is daar nog ver van verwijderd. Door de snelle ontwikkeling van een duurzame technologie in de gangbare sector loopt de biologische teelt de kans ingehaald te worden. Daarom is het voor de biologische kasteelt cruciaal om aan te sluiten bij de ontwikkelingen naar een ecologisch én economisch duurzaam systeem, dat zich blijft onderscheiden van de gangbare teelt.
Het project ‘Biologische Kringloopkas’ richt zich op de ontwikkeling van innovaties voor de biologische teelt. Daartoe zijn twee nieuwe bedrijfsconcepten ontwikkeld voor de toekomst (ambitie niveau 2030): de Bioproductiekas en de Biostadskas. Hierin staan ‘sluiten van kringlopen’ en ‘efficiencyverbetering’ centraal. De Bioproductiekas is een grootschalige, ‘export’ georiënteerde biologische bedrijfsvorm, waarin reststromen uit andere tuinbouwbedrijven of de industrie op efficiënte wijze worden benut. De Biostadskas is een regionaal georiënteerde agrarische activiteit, die is ingebed in het landschap én de verstedelijkte samenleving. Voor het verwezenlijken van een Bioproductiekas zal een ontwikkeling en introductie van duurzame technieken moeten plaatsvinden. Voor het tot stand brengen van een Biostadskas zal moeten worden ingezet op samenwerking tussen verschillende ondernemingsvormen en diensten.
Om toe te werken naar de gewenste toekomstige bedrijfsconcepten zullen een aantal doorbraken moeten worden bewerkstelligd op terreinen als:
- Beheersing van bodemprocessen
- Goede alternatieve energiebronnen en opslagsystemen voor fossiele energie
- Uitwisseling van reststromen, energie en warmte
- Ruimte in regelgeving en randvoorwaarden bio
Voor een knelpunten-analyse en mogelijke oplossingsrichtingen zijn de volgende ambities geformuleerd:
- Geen emissies van water en nutriënten
- 100% benutting van organisch Stofgebruik / organische reststromen
- Beheersing van ziekten & plagen met behoud van biodiversiteit
- Geen energie uit fossiele energiebronnen.
Met deze doelstellingen gaan glastuinders en stake-holders op zoek naar vernieuwende concepten die vooruit lopen op duurzaamheid.
Lees meer : http://library.wur.nl/way/bestanden/clc/1830057.pdf
Bron : www.biokennis.nl
Het project ‘Biologische Kringloopkas’ richt zich op de ontwikkeling van innovaties voor de biologische teelt. Daartoe zijn twee nieuwe bedrijfsconcepten ontwikkeld voor de toekomst (ambitie niveau 2030): de Bioproductiekas en de Biostadskas. Hierin staan ‘sluiten van kringlopen’ en ‘efficiencyverbetering’ centraal. De Bioproductiekas is een grootschalige, ‘export’ georiënteerde biologische bedrijfsvorm, waarin reststromen uit andere tuinbouwbedrijven of de industrie op efficiënte wijze worden benut. De Biostadskas is een regionaal georiënteerde agrarische activiteit, die is ingebed in het landschap én de verstedelijkte samenleving. Voor het verwezenlijken van een Bioproductiekas zal een ontwikkeling en introductie van duurzame technieken moeten plaatsvinden. Voor het tot stand brengen van een Biostadskas zal moeten worden ingezet op samenwerking tussen verschillende ondernemingsvormen en diensten.
Om toe te werken naar de gewenste toekomstige bedrijfsconcepten zullen een aantal doorbraken moeten worden bewerkstelligd op terreinen als:
- Beheersing van bodemprocessen
- Goede alternatieve energiebronnen en opslagsystemen voor fossiele energie
- Uitwisseling van reststromen, energie en warmte
- Ruimte in regelgeving en randvoorwaarden bio
Voor een knelpunten-analyse en mogelijke oplossingsrichtingen zijn de volgende ambities geformuleerd:
- Geen emissies van water en nutriënten
- 100% benutting van organisch Stofgebruik / organische reststromen
- Beheersing van ziekten & plagen met behoud van biodiversiteit
- Geen energie uit fossiele energiebronnen.
Met deze doelstellingen gaan glastuinders en stake-holders op zoek naar vernieuwende concepten die vooruit lopen op duurzaamheid.
Lees meer : http://library.wur.nl/way/bestanden/clc/1830057.pdf
Bron : www.biokennis.nl
Supers moeten potentiële omschakelaars afnamegaranties bieden
Bio boomt. Steeds meer supermarkten van full-servicesuper Albert Heijn tot aan de discounters Aldi en Lidl zien in biologisch een mogelijkheid om zich te onderscheiden. Daardoor dreigen er zelfs tekorten. Supermarkten zouden via afnamegaranties boeren die wijfelend tegenover een mogelijk omschakeling naar biologisch staan over de streep moeten helpen. Dat zegt Bert van Ruitenbeek, directeur van de ketenorganisatie Biologica.
Van Ruitenbeek constateert dat veel boeren huiverig zijn om om te schakelen. Zij hebben de situatie van vijf jaar geleden scherp in het oog, toen veel melkveehouders naar bio omschakelden maar de verwachte marktgroei achterwege bleef. Volgens Van Ruitenbeek heeft dat het enthousiasme danig getemperd. Afnamegaranties moeten de boeren daarom meer zekerheid bieden.
Bron : www.foodholland.nl
Van Ruitenbeek constateert dat veel boeren huiverig zijn om om te schakelen. Zij hebben de situatie van vijf jaar geleden scherp in het oog, toen veel melkveehouders naar bio omschakelden maar de verwachte marktgroei achterwege bleef. Volgens Van Ruitenbeek heeft dat het enthousiasme danig getemperd. Afnamegaranties moeten de boeren daarom meer zekerheid bieden.
Bron : www.foodholland.nl
Monday, March 19, 2007
Wanneer vinden Vlaamse en Nederlandse bio glastuiders elkaar ?
Er is meer en meer grensoverschrijdende samenwerking tussen tuinders met gelijklopende belangen (zie onder). De biologische glasgroentesector is een klein wereldje. Er is al grensoverschrijdende samenwerking tussen onderzoekers - getuige de jaarlijks terugkomende studiedag "Gezonde biologische bodem" die al een viertal door Biokas en PCG samen georganiseerd wordt. Wanneer gaan de bio tuinders eens samen rond de tafel zitten om uit te vissen hoe ze elkaar kunnen versterken ?
Verweving Vlaamse en Nederlandse tuinbouw neemt toe
Belgische en Nederlandse auberginetelers gaan samenwerken in A8. Eerder verenigden de paprikatelers zich al in P8. Coöperaties in beide landen werken aan nieuwe fruitrassen. Het is ook bekend dat de Nederlandse industriegroentetelers dichter willen aanleunen bij Vlaanderen, omdat onze telers wereldmarktleider zijn. En dan is er nog De Weide Blik dat zich sterk op Nederland richt met overnames en participaties in de groente- en fruithandel. Er lijkt een sterkere verweving te ontstaan tussen de tuinbouw in Vlaanderen en Nederland, merkt het Agrarisch Dagblad op. De Belgische veilingen durven nog niet spreken over een duidelijke trend. "De verwevenheid was er in het verleden ook al. Telers kwamen altijd al bij elkaar op het erf. Er zijn veel gezamenlijke belangen. De teelt is hetzelfde, ook al zijn er schaalverschillen, maar we bedienen uiteindelijk dezelfde klanten", zegt Jos van Dessel, commercieel manager bij de Mechelse Veilingen. "Het is belangrijk dat we met elkaar blijven praten. Dat zal in de toekomst wel iets meer gebeuren". Van Dessel neemt namens de Belgische veilingen deel aan het bestuur van A8. Zijn er meer van dergelijke verbanden denkbaar? "Ik sta niet te springen voor nog meer bestuursfuncties, maar als ze ons vragen, zal ik gerust meedoen". Pierre Vrancken, voorzitter van de koepelorganisatie voor Belgische veilingen VBT, spreekt evenmin van een nieuwe trend. "We zijn natuurlijk wel klant bij elkaar. Veel handelaars en exporteurs zijn klant bij The Greenery". De structuur van de Belgische afzet verschilt echter sterk van die van Nederland, merkt Vrancken op. "We hebben een andere visie dan Nederland waar grote fusies zijn geweest. In België gaat de verkoop van groenten via Lava".
Bron : www.vilt.be
Verweving Vlaamse en Nederlandse tuinbouw neemt toe
Belgische en Nederlandse auberginetelers gaan samenwerken in A8. Eerder verenigden de paprikatelers zich al in P8. Coöperaties in beide landen werken aan nieuwe fruitrassen. Het is ook bekend dat de Nederlandse industriegroentetelers dichter willen aanleunen bij Vlaanderen, omdat onze telers wereldmarktleider zijn. En dan is er nog De Weide Blik dat zich sterk op Nederland richt met overnames en participaties in de groente- en fruithandel. Er lijkt een sterkere verweving te ontstaan tussen de tuinbouw in Vlaanderen en Nederland, merkt het Agrarisch Dagblad op. De Belgische veilingen durven nog niet spreken over een duidelijke trend. "De verwevenheid was er in het verleden ook al. Telers kwamen altijd al bij elkaar op het erf. Er zijn veel gezamenlijke belangen. De teelt is hetzelfde, ook al zijn er schaalverschillen, maar we bedienen uiteindelijk dezelfde klanten", zegt Jos van Dessel, commercieel manager bij de Mechelse Veilingen. "Het is belangrijk dat we met elkaar blijven praten. Dat zal in de toekomst wel iets meer gebeuren". Van Dessel neemt namens de Belgische veilingen deel aan het bestuur van A8. Zijn er meer van dergelijke verbanden denkbaar? "Ik sta niet te springen voor nog meer bestuursfuncties, maar als ze ons vragen, zal ik gerust meedoen". Pierre Vrancken, voorzitter van de koepelorganisatie voor Belgische veilingen VBT, spreekt evenmin van een nieuwe trend. "We zijn natuurlijk wel klant bij elkaar. Veel handelaars en exporteurs zijn klant bij The Greenery". De structuur van de Belgische afzet verschilt echter sterk van die van Nederland, merkt Vrancken op. "We hebben een andere visie dan Nederland waar grote fusies zijn geweest. In België gaat de verkoop van groenten via Lava".
Bron : www.vilt.be
Saturday, March 17, 2007
Bio wordt steeds meer een wereldwijd gebeuren
India 's prominente aanwezigheid op Biofach was geen toeval ...
Europa wacht op Indiase biologische producten
Nu de biologische producten uit India voldoen aan de eisen van de EU, zal de import vanuit het land beginnen. Europees Commissaris van Landbouw en Landelijke Ontwikkeling, Mariann Fischer Boel was onlangs op de campus van de universiteit van Mumbai in Kalina. Ze gaf daar een lezing over globalisatie, landbouw en landelijke ontwikkeling, “Mogelijkheden en Uitdagingen voor de samenwerking tussen de EU en India”. Boel leidt een Europese handelsdelegatie in India om de mogelijkheden op gebied van landbouw en voedselverwerking te onderzoeken. De delegatie bezocht de hoofdstad en ontmoette leiders uit de handel en de politiek voordat ze naar Mumbai afreisden. Boel zei dat Europa een enorme markt heeft voor biologische producten. Op die manier kan India de landbouwsector uit het slop halen. “India moet haar infrastructuur en gekoelde opslagfaciliteiten verbeteren”, aldus Boel. Het meest cruciale punt, voldoen aan de Europese standaarden, is al bereikt. Tussen 1998 en 2002 is het totale biologische areaal met bijna 21% per jaar gegroeid. In de Indiase staat Maharashtra wordt biologische teelt gezien als een lucratief alternatief voor telers. De overheid en organisaties die voor milieuvriendelijke teelmethoden zijn, denken dat biologische teelt de landbouwcrisis in de staat kan oplossen op de lange termijn.
Bron : www.agf.nl
Europa wacht op Indiase biologische producten
Nu de biologische producten uit India voldoen aan de eisen van de EU, zal de import vanuit het land beginnen. Europees Commissaris van Landbouw en Landelijke Ontwikkeling, Mariann Fischer Boel was onlangs op de campus van de universiteit van Mumbai in Kalina. Ze gaf daar een lezing over globalisatie, landbouw en landelijke ontwikkeling, “Mogelijkheden en Uitdagingen voor de samenwerking tussen de EU en India”. Boel leidt een Europese handelsdelegatie in India om de mogelijkheden op gebied van landbouw en voedselverwerking te onderzoeken. De delegatie bezocht de hoofdstad en ontmoette leiders uit de handel en de politiek voordat ze naar Mumbai afreisden. Boel zei dat Europa een enorme markt heeft voor biologische producten. Op die manier kan India de landbouwsector uit het slop halen. “India moet haar infrastructuur en gekoelde opslagfaciliteiten verbeteren”, aldus Boel. Het meest cruciale punt, voldoen aan de Europese standaarden, is al bereikt. Tussen 1998 en 2002 is het totale biologische areaal met bijna 21% per jaar gegroeid. In de Indiase staat Maharashtra wordt biologische teelt gezien als een lucratief alternatief voor telers. De overheid en organisaties die voor milieuvriendelijke teelmethoden zijn, denken dat biologische teelt de landbouwcrisis in de staat kan oplossen op de lange termijn.
Bron : www.agf.nl
Friday, March 16, 2007
Gezamenlijk aanbod van Spaanse bio glasgroenten
Een mooi voorbeeld ... Stel je voor : na de BeNe-liga - een voorstel voor een Belgisch-Nederlandse voetbalcompetitie met o.a. PSV, Ajax, Feyenoord, Anderlecht en Club Brugge - een BeNe-bio-aanbod van glasgroenten - met een gezamenlijk aanbod van Belgische en Nederlandse biologische glasgroenten. Misschien moeten we ineens verder dromen over een Champions League voor bio glasgroenten en er deze Spaanse en enkele Italiaanse aanbieders ook bij betrekken ? Als iemand met deze Spaanse jongens wil praten, wil ik wel tolken. Per slot van rekening is Spaans de voertaal bij mij thuis. Wie interesse heeft, stuurt me maar een mailtje.
Biologische telerscoöperatie vindt partner in Rijk Zwaan
Om hun positie tegenover exporteurs te versterken, verenigden tien Spaanse telers zich in de biologische telerscoöperatie Agricultores Ecológicos SAT (AgriEco). Salesmanager John Smits: “Door groepering van volume en het telen van door de markt aangegeven rassen kunnen wij min of meer vaste prijzen aan onze telers uitbetalen.”“Door het ontbreken van een binnenlandse biomarkt richt AgriEco zich volledig op de export. “Er blijft geen kilo binnen de landsgrenzen”, vertelt Smits. ”Dit jaar verwachten we 8 miljoen kilo producten af te zetten in West-Europa. Rijk Zwaan levert ons drie tomatenrassen die in het moeilijke gebied rond Almería het hoofd bieden tegen virussen. We werken met Moscatel RZ, 74-204 RZ en 74-205 RZ. Rassen die een breed resistentiepatroon hebben en het hier heel goed doen. Vooral het Yellow Leaf Curl-virus is hier namelijk een probleem.”“We proberen goed te luisteren naar wat de klant wil. Smaak is voor onze klanten belangrijk en daarnaast willen we een consequent hoogwaardig product blijven leveren. Alleen op die manier kunnen we de bedreiging van conventionele bedrijven, die op grote schaal biologisch gaan telen, het hoofd bieden. Als we straks worden overspoeld met bioproducten van mindere kwaliteit, kan dat namelijk een forse prijsdaling in die productgroepen tot gevolg hebben. Rijk Zwaan is met zijn goede rassen een welkome partner bij ons streven naar smaak en kwaliteit.”De salesmanager vervolgt: “Het is dus zaak dat we niet alleen in grootte blijven groeien, maar ook de kwaliteit blijven waarborgen. Dat doen we onder andere door onze telers EurepGap te certificeren en een deel van de winst te investeren in technologische bedrijfsverbeteringen zoals verwarming, scherming en verneveling. Onze klanten verwachten dat we blijven werken aan verdere certificering, zoals BRC en IFS. Tesco bijvoorbeeld wil dat we voldoen aan hun Nature’s Choice-eisen. Dat is dan ook de volgende stap.”
In twee jaar tijd is AgriEco gegroeid van tien telers met 19 hectare, naar veertig telers met 96 hectare bedekte teelt. Naast tomaten teelt de organisatie komkommers, paprika’s, aubergines en courgettes. Tomaten worden op 68 hectare geteeld, in moderne multitunnelkassen en standaard kassen met voldoende poothoogte en ventilatie. Het tomatenassortiment bestaat uit pruim-, ronde, tros-, cherry-, cherry pruim-, cherry tros- en coctail trostomaten.
Biologische telerscoöperatie vindt partner in Rijk Zwaan
Om hun positie tegenover exporteurs te versterken, verenigden tien Spaanse telers zich in de biologische telerscoöperatie Agricultores Ecológicos SAT (AgriEco). Salesmanager John Smits: “Door groepering van volume en het telen van door de markt aangegeven rassen kunnen wij min of meer vaste prijzen aan onze telers uitbetalen.”“Door het ontbreken van een binnenlandse biomarkt richt AgriEco zich volledig op de export. “Er blijft geen kilo binnen de landsgrenzen”, vertelt Smits. ”Dit jaar verwachten we 8 miljoen kilo producten af te zetten in West-Europa. Rijk Zwaan levert ons drie tomatenrassen die in het moeilijke gebied rond Almería het hoofd bieden tegen virussen. We werken met Moscatel RZ, 74-204 RZ en 74-205 RZ. Rassen die een breed resistentiepatroon hebben en het hier heel goed doen. Vooral het Yellow Leaf Curl-virus is hier namelijk een probleem.”“We proberen goed te luisteren naar wat de klant wil. Smaak is voor onze klanten belangrijk en daarnaast willen we een consequent hoogwaardig product blijven leveren. Alleen op die manier kunnen we de bedreiging van conventionele bedrijven, die op grote schaal biologisch gaan telen, het hoofd bieden. Als we straks worden overspoeld met bioproducten van mindere kwaliteit, kan dat namelijk een forse prijsdaling in die productgroepen tot gevolg hebben. Rijk Zwaan is met zijn goede rassen een welkome partner bij ons streven naar smaak en kwaliteit.”De salesmanager vervolgt: “Het is dus zaak dat we niet alleen in grootte blijven groeien, maar ook de kwaliteit blijven waarborgen. Dat doen we onder andere door onze telers EurepGap te certificeren en een deel van de winst te investeren in technologische bedrijfsverbeteringen zoals verwarming, scherming en verneveling. Onze klanten verwachten dat we blijven werken aan verdere certificering, zoals BRC en IFS. Tesco bijvoorbeeld wil dat we voldoen aan hun Nature’s Choice-eisen. Dat is dan ook de volgende stap.”
In twee jaar tijd is AgriEco gegroeid van tien telers met 19 hectare, naar veertig telers met 96 hectare bedekte teelt. Naast tomaten teelt de organisatie komkommers, paprika’s, aubergines en courgettes. Tomaten worden op 68 hectare geteeld, in moderne multitunnelkassen en standaard kassen met voldoende poothoogte en ventilatie. Het tomatenassortiment bestaat uit pruim-, ronde, tros-, cherry-, cherry pruim-, cherry tros- en coctail trostomaten.
Tuesday, March 13, 2007
Albert Heijn zet in op bio
Minister van Landouw, Natuur en Voedselkwaliteit Gerda Verburg (CDA) is maandag rondgeleid in een Albert Heijn in Den Haag, waar ze kon zien hoe een biologische maaltijd bereid werd. Albert Heijn startte een campagne om haar biologische producten onder de aandacht te krijgen. De supermarktketen heeft elk jaar zo'n campagne, maar dit jaar wordt deze grootschaliger aangepakt. Volgens de supermarkt leert de ervaring dat de acties nieuwe klanten voor biologische producten opleveren. In 2004 voerde Albert Heijn de eko-telling nog aan met 165 verschillende biologische producten. Bij die telling van Milieudefensie vorig jaar bleef de teller bij Albert Heijn op 119 hangen. De milieu-organisatie wees de supermarktoorlog aan als schuldige. Biologisch voedsel verkoopt volgens Albert Heijn beter als het duidelijk is dat het biologisch is. We zullen ons meer op verse biologische producten zoals aardappelen, groenten, fruit en zuivel gaan richten."
Bron : Trouw
Bron : Trouw
Subscribe to:
Posts (Atom)